Wat is autisme?

Een autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door problemen met de sociale communicatie en sociale interactie, en door beperkte, zich herhalende gedragspatronen, interesses of activiteiten.

In de voorgaande en momenteel nog veel gebruikte DSM-IV werd onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van ASS, namelijk klassiek autisme, stoornis van Asperger, desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, syndroom van Rett, en pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). In de nieuwe DSM-5 wordt er gesproken van autismespectrumstoornissen. Hieronder vallen alle classificaties die voorheen in de DSM-IV onderscheidden werden.

De schattingen van hoe vaak ASS voorkomt lopen wat uiteen, afhankelijk van welke meetcriteria er zijn gebruikt. Geschat wordt dat 1 op de 100 mensen een autismespectrumstoornis heeft. ASS komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Ook hierover lopen de schattingen uiteen, maar over het algemeen wordt er uitgegaan van een verhouding van 4,5 op 1. ASS komt voor in alle etnische en sociaaleconomische groepen.

Verklaringsmodellen ASS

Er zijn verschillende verklaringsmodellen om ASS beter te begrijpen. Eén daarvan is de Centrale Coherentie. Deze theorie stelt dat kinderen met ASS moeite hebben om samenhang te zien tussen losse delen informatie die worden waargenomen. Ze richten zich meer op details van wat zij horen en zien dan op het geheel. Het gevolg hiervan is dat de wereld chaotisch is voor iemand met ASS. Het tweede model is de theorie van de Executieve Functies. Deze theorie beschrijft de moeilijkheden die kinderen met ASS ervaren met het plannen, organiseren en uitvoeren van taken. Het gevolg hiervan is onder andere dat kinderen met ASS niet makkelijk nieuwe vaardigheden aanleren. Ten slotte stelt de Theory of Mind dat kinderen met ASS moeite hebben met het beseffen dat anderen iets anders kunnen ervaren of denken dan zijzelf. Ze kunnen zich lastig inleven in de gedachtegang van anderen.

De wereld kan voor kinderen met ASS dus eng en onbegrijpelijk zijn. Ze kunnen niet altijd omgaan met alledaagse sociale situaties, snappen niet altijd wat er gecommuniceerd wordt en weten in ongestructureerde situaties niet wat er van ze verwacht wordt. Daarbij kan overprikkeling van invloed zijn op het welbevinden. Dit alles kan bepaalde probleemgedragingen tot gevolg hebben zoals driftbuien/woede-uitbarstingen, eet- of leerproblemen, zelf verwonderd gedrag en hyperactiviteit.

Signalering ASS

Het is belangrijk dat ASS zo vroeg mogelijk in de ontwikkeling wordt onderkend. Een vroegtijdige interventie kan de ontwikkeling van kinderen met ASS gunstig beïnvloeden, met minder achterstand, vermindering van probleemgedrag op langere termijn en een betere relatie tussen ouders en kind door het verminderen van stress bij ouders. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk partijen in het netwerk van een kind de juiste kennis en vaardigheden bezitten om ASS te herkennen en ermee om te kunnen gaan.