Online onderwijs minder effectief? Te kort door de bocht.

Het NRC heeft afgelopen week twee artikelen geplaatst naar aanleiding van een onderzoek van Rutgers University. In dit onderzoek werd een college in een klassikale setting, met daaropvolgend een discussie, vergeleken met een setting waarbij studenten online een PowerPoint met ingesproken tekst bekeken en beluisterden, en waarbij via een chatfunctie met elkaar gecommuniceerd kon worden. Hieruit bleek dat de studenten die in de klassikale setting les hadden gekregen, betere resultaten behaalden, dan de studenten die de online versie hadden gevolgd.

 

Hieruit werd vervolgens de conclusie getrokken dat online onderwijs minder effectief is dan klassikaal onderwijs. 

 

Ik vind het heel opvallend dat er op basis van twee situaties, waarbij er veel meer variabelen meespelen dan alleen de online of klassikale setting, een conclusie wordt getrokken dat online onderwijs minder effectief is. Iedere (goede) onderzoeker weet dat je altijd rekening moet houden met eventuele andere variabelen, vóórdat je conclusies gaat trekken. Het is één van de eerste zaken die mij werden geleerd toen ik op de universiteit zat. Een van de onderzoekers geeft in het artikel aan ‘dat universiteiten goed moeten opletten met het invoeren van online onderwijs, omdat er dus duidelijk voordelen maar ook nadelen aan verbonden zijn.’ 

 

Wat mij betreft zijn we nu appels met peren aan het vergelijken. Een ingesproken PowerPoint kan niet voor hetzelfde doorgaan als een docent! Een chatfunctie is niet hetzelfde als een levendige discussie tussen leerlingen. 

 

In mijn ogen wordt er nu een soort slechte e-learning, een statische manier van leren, vergeleken met een klassikale versie. Dit is achterhaald. Er zijn nu zoveel meer tools om live online contact met elkaar te maken, en om écht interactie te bewerkstelligen in een online leersituatie.

 

Het punt wat ik wil maken, is dat klassikaal niet perse betekent dat er goed en effectief les wordt gegeven. Ook hierbij spelen de verschillende factoren mee, die factoren waar ik hiervoor al over spreek. Hoe goed is de docent? Hoe sterk is de ondersteunende presentatie? In hoeverre wordt er door de leerlingen deelgenomen aan de les (en ook dit heb je tot op zekere hoogte als docent in de hand)? Welke werkvormen worden er ingezet?

 

Het is niet voor niks dat wij (Learning Connected en Study2Go), wanneer wij LOL-trainers opleiden, veel aandacht besteden aan didactiek: bijvoorbeeld aan het creëren van structuur in een live online sessie en aan de inzet van werkvormen.  

 

Goed online onderwijs vraagt om een goed ontwerp. Dit ontwerp zal er anders uit moeten zien dan een klassikale les. Je werkt tenslotte online. En niet klassikaal.




Laat je opmerking achter!

Let op, wij checken altijd even je bericht voordat we deze plaatsen.