Breinleren regel 3: Voortbouwen

Posted by on

Door: Anoeska Vellekoop

John Medina, moleculair bioloog, heeft in 2008 het boek Brain rules geschreven. Breinregels zijn regels die aantoonbaar zijn vastgesteld door wetenschappers, die uitleggen hoe de hersenen werken en hoe dit het leerproces van mensen beïnvloedt.

Gerjanne Dirksen heeft het BCL (Brein Centraal Leren) model ontwikkeld. Dit is een praktisch model gebaseerd op zes principes. Hoe beter opleiders deze principes toepassen in hun lessen, hoe beter leerlingen leren. Geen intuïtief lesgeven dus, maar lesgeven gebaseerd op onderzoek naar de werking van het brein. De breinprincipes op een rij: Herhalen -  Focus - Voortbouwen - Creatie - Emotie - Zintuiglijk rijk.

In eerdere blogs besteedde mijn collega Hester aandacht aan de breinprincipes ‘Herhalen’ en ‘Focus’. In dit derde artikel over breinleren neem ik één van de andere zes principes van breinleren onder de loep, namelijk het onderwerp ‘Voortbouwen’.

Wat bedoelen we in onderwijsland met voortbouwen?

Met ‘voortbouwen’ wordt bedoeld dat je beter leert, als de nieuwe kennis wordt gekoppeld aan voorkennis of aan betekenissen, ervaringen en associaties. In andere woorden, snappen we nieuwe kennis dus beter wanneer het wordt gekoppeld aan dingen die we al kennen of kunnen. In de hersenen werkt het zo dat de nieuwe neurale patronen worden verbonden aan al bestaande netwerken van neuronen. Hierdoor zullen de nieuwe patronen sneller gebruikt worden en ook versterken.

Door allereerst de bestaande voorkennis al te activeren en deze kennis vervolgens te verbinden aan de nieuwe kennis, kan een persoon deze nieuwe kennis dus beter bevatten. Maar hoe kun je dit als trainer of docent nu toepassen?

Terugkoppelen naar al bestaande kennis

Allereerst is het om deze reden altijd belangrijk om bij het begin van een les terug te koppelen naar hetgeen dat al geleerd is. Hierom is het ook goed om te werken in lessenreeksen of in een leertraject, door kennis op te bouwen en dit stukje kennis steeds meer uit te breiden en te verdiepen. Aan het begin van de les koppel je dus terug naar hetgeen dat al geleerd is in voorgaande lessen. Dit kun je in een (online) les doen door:

  • De leerlingen/cursisten in een woordweb samen te laten vatten wat ze al weten;
  • Samen een mindmap te maken;
  • Door een quiz te houden waarbij de behandelde stof nog eens wordt getest en herhaald, de online tools Kahoot! en Socrative zijn hier erg leuk en geschikt voor;
  • Elke sessie een leerling/cursist de stof van de vorige les kort te laten presenteren;

Het introduceren van een nieuw onderwerp

Daarnaast kan het ook zo zijn dat je een nieuw onderwerp in de les wil introduceren. Ook al heb je zelf nog geen les gegeven over dit onderwerp, toch is het ook dan mogelijk om eerst samen de voorkennis te activeren. Dit kan in een (online) les door bijvoorbeeld:

  • Het onderwerp te introduceren aan de hand van iets wat ermee te maken heeft, bijv. een filmpje of een (kranten)artikel;
  • Vertel een verhaal of een casus uit de praktijk wat aansluit op datgene wat geleerd moet gaan worden;
  • Vraag de leerlingen/cursisten wat zij zelf al allemaal weten over het nieuwe onderwerp.

Advanced organizers en metaforen

Verder kan het helpen om te werken met advanced organizers en met metaforen:

  • De zogenaamde advanced organizers zijn middelen om nieuwe informatie samengevat weer te geven, dit kan bijvoorbeeld in een tekening (visueel overzicht) of in een samenvatting. Wanneer dit voor aanvang van de les wordt aangereikt, kunnen cursisten/leerlingen zich focussen op dát wat belangrijk is in de les. Wie herinnert zich niet die docent die tijdens colleges begon te praten, niet meer stopte, en zo een heleboel informatie over je uitstortte, waarbij je naderhand niet wist wat je eigenlijk had moeten onthouden en waardoor je snel het merendeel weer vergeten was;
  • Te werken met bekende metaforen. Dit is vooral heel handig wanneer je kennis probeert bij te brengen over een abstract begrip. Zo kwam iemand in mijn live online lessen een keer met een leuke metafoor toen ik het verschil tussen rollen in een live online klaslokaal uitlegde. Zo werd de host met de conciërge van een school vergeleken, en de presentator met de leraar. Zo bouw je dus voort op hetgeen de leerling al weet!

Volgende keer gaan we in op het volgende breinprincipe: Creatie.

← Older Post Newer Post →



Leave a comment

Please note, comments must be approved before they are published