Blog: Aandacht voor afscheid

Geplaatst door op

Door: Tatiana Brandsma

De afgelopen weken heeft mijn werkende leven in het teken gestaan van afscheid. Binnen het autisme expertisecentrum, waar ik werk, namen een aantal collega’s afscheid. Daarnaast start ik zelf met een nieuwe opleiding, waardoor ik ook wat minder aanwezig zal zijn en wat cliëntenzorg heb moeten afstoten.

Hierdoor ben ik mij weer extra bewust geworden van wat het betekent als je als hulpverlener afscheid moet nemen van je cliënten en andersom. Het heeft veel impact en is een proces waar je zorgvuldig mee om moet gaan. Want we vragen nogal niet iets door van cliënten te verlangen zich open te stellen voor jou, hun intiemste zaken met je te delen, zich in zekere zin aan jou te hechten om dan vervolgens weer afscheid te moeten nemen. Soms als de therapie is afgerond, maar vaak ook omdat de hulpverlener weg gaat, andere taken krijgt of op inhoudelijke of praktische gronden. Ook komt het voor dat wij als hulpverleners vinden dat de cliënt weer ‘op eigen benen’ moet kunnen staan, maar de cliënt daar zichzelf nog niet aan toe vindt.

Zeker bij mensen met autisme is het ook nog een belangrijke factor dat jij als hulpverlener soms een van hun weinige sociale contactmomenten in de week bent. Ze kunnen hier enorm naar uitkijken en veel uit halen. Hoe moet dat zijn als je dan zegt dat het wel weer mooi geweest is? Dat slaat een soort gat in hun leven. Bovendien gaat het autisme niet over, dus zij weten als geen ander dat er weer momenten gaan komen die moeilijk zijn en waarbij het wenselijk is dat ze met iemand van gedachten kunnen wisselen, kunnen sparren of bevestiging kunnen krijgen dat de keuzes die ze maken oké zijn. Als je eigen sociale netwerk beperkt is en je van binnen maar weinig ‘kompas’ hebt waarmee je jezelf kunt bevestigen, is het niet fijn als je je houvast moet opgeven.

Maar de realiteit is dat hulpverleningsrelaties tijdelijk zijn en er een moment van afscheid komt. Door al van bovenstaande is het wel extra belangrijk om hier veel aandacht voor te hebben. Om ervoor zorg te dragen dat het vertrouwen, dat de hulpverlener heeft in zijn cliënt dat hij het weer zelf kan, ook voldoende groeit bij de cliënt zelf. Dat hij of zij gaat zien en ervaren dat hij of zij zaken zelf kan oplossen en zichzelf daarin kan bevestigen. Dat er aandacht is voor het verstevigen van het netwerk en dat we de hulp, als het even kan, geleidelijk afbouwen en een vangnet creëren voor als het even niet meer gaat.

Helaas sluit de levensloop gedachte van goede zorg voor mensen met autisme nog niet altijd aan bij de realiteit van lange wachtlijsten, financiering, begrenzing van de periodes van hulpverleningscontact etc. Daarin hebben we mijns inziens nog een slag te slaan, zodat mensen met autisme ook echt het gevoel kunnen hebben dat zij weer snel geholpen kunnen worden als het even niet meer goed gaat. Dat maakt momenten van afscheid denk ik ook gemakkelijker.

Daarnaast is het m.i. ook belangrijk om als hulpverlener af en toe eens stil te staan wat het voor jou betekent om telkens weer afscheid te nemen na periodes van intensief contact met iemand. Zo vond ik het deze week heel leuk dat een oud cliënt onverwacht even op bezoek kwam, gewoon om me gedag te zeggen en even te kijken hoe het met me gaat. Zoiets ontroert me, want ik ben immers ook maar gewoon een mens.

 

 

← Vorige Volgende →



Plaats een bericht

Let op, berichten moeten eerst goedgekeurd worden voordat ze worden geplaatst