Genderdysforie en ASS

Posted by on

Door: Tatiana Brandsma

Mijn allereerste blog voor deze website en allereerste blog ooit ook. Dat vraagt even wat denkwerk ten aanzien van een onderwerp wat mij voldoende inspireert om over te schrijven en voor een ander ook nog leuk/interessant is om te lezen. Maar, ik heb een thema gevonden wat mij de laatste tijd veel heeft beziggehouden en waar ook veel over te doen is. Namelijk, genderdysforie bij mensen met autisme.

Bij de Sarr (autisme expertisecentrum Rijnmond) komen we de laatste jaren steeds vaker jongeren en volwassenen met ASS tegen die met vragen en problemen op het gebied van gender kampen. Opvallend vaak, in vergelijking met de normale populatie, zo leek ons. En, als wij op een behandelafdeling vaker met een bepaald type problematiek geconfronteerd worden, dan moeten we ons er verder in verdiepen. Dat heb ik dus gedaan.

Na diverse studiedagen ben ik erachter gekomen dat er ook bij het VUMC (waar diagnostiek en behandeling van genderdysforie plaatsvindt, inclusief de medische aspecten) een grotere hoeveelheid mensen met ASS zich meldt. Inmiddels is dit in verschillende onderzoeken bevestigd (Van der Miesen et al. 2017, 2018). Dan komt de vraag op waarom dit nu zo is. Daarover zijn verschillende theorieën.

  • Zo is er de gedachte van het extreem ‘mannelijk brein’ bij mensen met ASS. Verschillende onderzoeken laten aanwijzingen in die richting zien.
  • Ook zou rigiditeit mensen met ASS vatbaarder kunnen maken voor genderdysforie (De vries et al, 2010).
  • Misschien speelt het verminderde begrip van sociale relaties (Tateno et al, 2008) of het sowieso al vaak voorkomende gevoel van anders zijn een rol (de Vries et al, 2010).

Uitgekristalliseerd is het nog allerminst, maar van ons als behandelaren wordt wel iets verwacht. De combinatie van ASS en genderdysforie is zowel in het diagnostisch proces als in de behandeling complex. Zo kan het gebeuren dat de genderdysforie aandoet als een specifieke interesse passend bij ASS (wellicht van tijdelijke aard?) of er zijn rigide gedachten over gender (‘ik moet in een hokje passen’).

Het vraagt dus wel om een specifieke benadering. Het VUMC raadt ons aan om het gesprek te voeren aan de hand van een aantal thema’s: huidig functioneren, identiteitsontwikkeling, gendergevoel, exploreren alternatieven, sociaal functioneren/transitiewens/angst, lichaam/liefde/seks, psycho-educatie/verwachtingen. Omdat de wachttijden bij het VUMC momenteel in rap tempo oplopen doen zij een dringend beroep op ons als ‘perifere GGZ’ om bovenstaande thema’s vast goed door te spreken en de lijdensdruk in te schatten. Daarmee kunnen we hun werk bekorten en zorgen dat de cliënten die het VUMC echt nodig hebben sneller geholpen kunnen worden.

Ik zie hierin wel een uitdaging om aan te gaan en we zullen ons hier op de Sarr de komende tijd verder in verdiepen. Daarvoor zoeken we de samenwerking met reeds bestaande zorg op dit gebied, zoals bijvoorbeeld wordt geboden vanuit transvisiezorg en natuurlijk het VUMC. Samen kunnen we er wellicht voor zorgen dat de kennis over dit onderwerp toeneemt en er op meer plekken zorg geboden wordt voor mensen met genderdysforie in zijn algemeenheid en meer specifiek voor mensen met ASS.

← Older Post Newer Post →